Aansprakelijkheid - wat is aansprakelijkheid?

Aansprakelijkheid - wat is aansprakelijkheid?

Korte omschrijving

Een raam dat wordt ingegooid tijdens een speelpleinweek... de scherven verwonden op de koop toe de opgeschrokken hond van de buren. Dingen die kunnen gebeuren. Maar wie moet dat betalen? Met andere worden, wie is 'aansprakelijk'? En wat is 'aansprakelijkheid'?

Relevantie

In het jeugdwerk zijn veel vrijwilligers actief voor tal van organisaties. Een ongelukje is snel gebeurd. Handig om weten wanneer jij of je organisatie aansprakelijk zijn en waarvoor. Maar wat houdt dat eigenlijk in, die aansprakelijkheid? Hier vind je een beknopte bespreking.

De wet maakt een onderscheid tussen verschillende soorten van aansprakelijkheid: de strafrechtelijke en de burgerrechtelijke. Hieronder wordt op beide ingegaan.

Strafrechtelijke aansprakelijkheid

De strafrechtelijke aansprakelijkheid speelt in de relatie tussen de burger en de staat. Om de 'goede orde' van het dagelijks leven te waarborgen heeft de staat/wetgever bepaald welke gedragingen niet kunnen worden getolereerd. Hij heeft normen opgesteld rond deze gedragingen en bepaald welke sancties je kan verwachten als je deze normen overtreedt. Denk bijvoorbeeld aan de verkeersregels of regels rond het gebruiken en verhandelen van drugs. Wie schuldig tekortschiet aan een dergelijke regel, pleegt een misdrijf en kan gestraft worden door de overheid. Het tekortschieten aan de regel kan door op een bepaalde manier te handelen of net niet te handelen. Door te verzuimen of na te laten iets te doen kan je immers ook een regel uit het strafrecht overtreden. Iemand die in nood verkeert niet helpen, is hiervan een duidelijk voorbeeld. Dat je schuldig bent aan het niet nakomen van de regel moet bewezen worden: geen straf zonder schuld. Schuldig ben je als het overtreden van de regel je kan verweten worden. Als je opzettelijk een norm hebt overschreden of als je de gevolgen van je daden 'had kunnen voorzien, maar toch bewust de daad hebt gepleegd' - m.a.w. als je je lichtzinnig hebt gedragen. Wie wild in het rond slaat had kunnen voorzien dat hij zo iemand zou kunnen verwonden; het toch doen is lichtzinnig! Verwond je iemand, wordt je dit verweten.

De strafrechtelijke aansprakelijkheid zal in principe altijd terechtkomen bij diegene die het misdrijf pleegt. In principe, want uitzonderingen zijn er alleszins. Hoe zwaar men aan de aansprakelijkheid zal tillen moet de rechter afwegen aan de hand van de (verzachtende of verzwarende) omstandigheden waarin het misdrijf werd gepleegd.

Het vrijwilligerswerk is niet per definitie vrij van strafrecht. Drugs of diefstal tijdens een kamp etc. zij geen uit de lucht gegrepen voorbeelden. De vereniging zal niet aansprakelijk zijn voor een misdrijf dat wordt gepleegd door een vrijwilliger of lid van de organisatie. Loopt je vereniging mee in een betoging en beslis je te gaan rellen, dan bij jij daarvoor verantwoordelijk, niet je vereniging.

Burgerrechtelijke aansprakelijkheid

De burgerrechtelijke aansprakelijkheid op haar beurt regelt de verhoudingen tussen burgers onderling. Net zoals het strafrecht wil het burgerlijk recht aanzetten tot 'zorgvuldig handelen'. Daarnaast heeft de burgerlijke aansprakelijkheid een vergoedend karakter, omdat het de bedoeling is opgelopen schade te laten herstellen. (Het strafrecht daarentegen straft de dader). Het burgerlijk aansprakelijkheidsrecht bepaalt dat degene die door zijn fout of nalatigheid aan een ander schade veroorzaakt, deze schade moet vergoeden. Hij is hiervoor aansprakelijk, maar slechts als er een fout is, schade is en een oorzakelijk verband tusse deze elementen.

Een fout is steeds een inbreuk op een wettelijke norm, een nalatigheid of elke gedraging 'die een normaal voorzichtig mens in dezelfde omstandigheden niet zou stellen'. In het vakjargon spreekt men van een 'goede huisvader'. Het is aan de rechter deze vergelijking te maken en te bepalen of er al dan niet kan gesproken worden van een fout. Een vergissing die eigenlijk iedereen, die voldoende voorbereid en afgewogen te werk gaat, zou maken, is dus geen fout!

De omstandigheden zullen bepalen of er een oorzakelijk verband bestaat tussen een fout en een schade. Ook hier is het aan de rechter om de afweging te maken. De fout moet een noodzakelijke voorwaarde  zijn voor het ontstaan van de schade om van een oorzakelijk verband te kunnen spreken. Als de schade voortkomt uit een vreemde oorzaak, toeval of overmacht, is er geen oorzakelijk verband.

Ten slotte moet er schade voortkomen uit de fout. Schade is elk nadeel dat iemand ondervindt; het kan gaan om lichamelijke schade, maar ook 'stoffelijke schade' en 'immateriël schade' (bijvoorbeeld inkomstenverlies). Bovendien moet de schade vaststelbaar zijn of op zijn minst mag de rechter er niet aan twijfelen dat de schade nog zal ontstaan als een normaal gevolg van de fout.

In principe ben je alleen aansprakelijk voor de schade die je door je eigen fout aan een ander hebt veroorzaakt. Soms echter kan je ook aansprakelijk gesteld worden voor fouten van anderen. Ouders en begeleiders zijn in principe aansprakelijk voor de schade die kinderen onder hun hoede veroorzaken aan anderen.

De burgerlijke aansprakelijkheid binnen het vrijwilligerswerk (en de verplichting bepaalde verzekeringen hiervoor aan te gaan) wordt specifiek geregeld in de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van de vrijwilligers en de bijhorende uitvoeringsbesluiten. Meer hierover vind je in de aparte fiches 'aansprakelijkheid vrijwilligers in het jeugdwerk' en 'verzekeringen in het jeugdwerk'.

Stappenplan

Iedereen wordt verondersteld de wetten te kennen. Een onmogelijke zaak, maar dit is wel het punt van waaruit de Belgische rechtspraak vertrekt.

Bovendien is iedereen - op enkele uitzonderingen na - verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Zelfs minderjarigen zijn principieel persoonlijk verantwoordelijk voor de door hen veroorzaakte schade, mits zij voldoende bewust zijn van hun daden (de grens wordt meestal rond de leeftijd van 7 jaar gelegd)!

Het komt er met andere woorden op neer dat je je als een 'goed huisvader' dient te gedragen. Wat dat inhoudt is eigenlijk een 'open norm' die door de rechter wordt ingevuld - de norm evolueert mee met de maatschappij. Word je een fout verweten die schade heeft berokkend, zal de rechter jouw gedrag vergelijken met dat van een goed huisvader: Zou een normaal voorzichtig mens in dezelfde omstandigheden hetzelfde hebben gehandeld? Zo ja, zal er geen sprake zijn van een fout. Zo niet, zal je aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de veroorzaakte schade.

De rechter zal ook rekening houden met je achtergrond, met wat je weet of zou moeten weten. Interpreteer je als jeugdwerker de symptomen van een ziek kind in je groep verkeerd, zal je dit minder zwaar worden aangerekend dan aan de arts bij wie je met het kind te rade gaat die dezelfde verkeerde inschatting maakt. De arts moet immers hierover beter op de hoogte zijn.

Kort en krachtig: Gebruik je gezond verstand, bezint eer ge begint en wees voldoende voorzichtig. Denk voor in plaats van denk na! Zo kom je al een heel eind in de goede richting.

Tips

Soms kan je ontkomen aan je aansprakelijkheid. Je kan je in sommige gevallen verzekeren, en het slachtoffer kan ook niet onbeperkt lang wachten met je te confronteren met je aansprakelijkheid.

Verzekeringen.

Voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid kan je je niet verzekeren! Je bent dus - in principe - steeds zelf aansprakelijk voor de misdrijven die je pleegt.

Voor de burgerrechtelijke aansprakelijkheid kan je je wel verzekeren. Sinds 1 januari 2007 zijn gestructureerde organisaties die met vrijwilligers werken bovendien verplicht te beschikken over een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid. De organisaties zijn aansprakelijk voor de schade die de vrijwilliger berokkent aan een derde bij het verrichten van hat vrijwilligerswerk. Op deze verplichting wordt dieper ingegaan iin de fiches 'verzekeringen in het jeugdwerk' en 'aansprakelijkheid vrijwilligers in het jeugdwerk'.

Verjaring.

De starfvordering - de periode waarin daders kunnen vervolgd worden voor hun misdrijven - verjaart afhankelijk van de ernst van het misdrijf na 6 maanden, 5 jaar of 10 jaar, te beginnen vanaf de datum waarop het misdrijf werd gepleegd.

De verjaringstermijn in het burgerlijk recht bedraagt in de regel 5 jaar voor buitencontractuele vorderingen. De termijn loopt vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade en van de identiteit van de aansprakelijke persoon. Of, maximaal 20 jaar na het schadeverwekkend feit. Andere termijnen zijn bepaald voor contractuele vorderingen, zakenrechtelijke vorderingen en zo meer...

Wet

Strafrecht

Het strafrecht op zich is een erg complex gegeven. De basis van het strafrecht vind je in het Strafwetboek van 5 oktober 1867 (!). Daarnaast zijn er 'complementaire wetten' die in de loop van de jaren ontstaan zijn om het strafrecht voor bijvoorbeeld bepaalde groepen in de samenleving in te vullen - zo is er o.a. de Wet op de Jeugdbescherming van 8 april 1965 - en 'bijzondere wetten' die bepaalde omstandigheden regelen, zoals bijvoorbeeld de Wegcode (verkeerswetgeving) van 16 maart 1968. Uiteraard hebben al deze wetten aanpassingen, verbeteringen en aanvullingen gekend.

Eigenlijk maken alle rechtstakken die strafbepalingen bevatten ook deel uit van het strafrecht. Het fiscaal recht vermeldt zo strafbepalingen voor wie zich schuldig maakt aan belastingontduiking.

Hoe de rechtsvordering in strafzaken (hoe de rechtszaken moeten worden gevoerd) moet uitgeoefend worden staat beschreven in het Wetboek van Strafvordering van 27 november 1808 (!).

Burgerlijk recht

De aansprakelijkheid binnen het burgerlijk recht wordt geregeld in de artikelen 1382 tot en met 1386bis van het Burgerlijk Wetboek.

art. 1382: Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht diegene door wiens schuld de schade is ontstaan deze te vergoeden.

art. 1383: Ieder is aanprakelijk, niet alleen voor de schade die hij door zijn daad, maar ook voor die welke hij door zijn nalatigheid of door zijn onvoorzichtigheid heeft veroorzaakt.

art. 1384: Men is aansprakelijk voor de schade welke wordt veroorzaakt door de daad van personen voor wie men moet instaan, of van zaken die men onder zijn bewaring heeft. ... (bijvoorbeeld de aansprakelijkheid van jeugdwerkers kan hierop teruggrijpen in bepaalde gevallen)

art. 1385: De eigenaar van een dier, of, terwijl hij het in gebruik heeft, degene die zich ervan bedient, is aansprakelijk voor de schade die door het dier is veroorzaakt, hetzij het onder zijn bewaring stond, dan wel verdwaald of ontsnapt was.

art. 1386: De eigenaar van een gebouw is aansprakelijk voor de schade door de instorting veroorzaakt, wanneer deze te wijten is aan een verzuim aan onderhoud of door een gebrek in het gebouw.

art. 1386bis: Wanneer aan een ander schade wordt veroorzaakt door een persoon die zich in staat van krankzinnigheid bevindt, of in een staat van ernstige geestesstoornis of zwakzinnigheid die hem voor de controle van zijn daden ongeschikt maakt, kan de rechter hem veroordelen tot de gehele vergoeding of tot een gedeelte van de vergoeding waartoe hij zou zijn gehouden, indien hij de controle van zijn daden had.

De rechter doet uitspraak naar billijkheid, rekening houdende met de omstandigheden en met de toestand van de partijen.

Andere artikelen van het Burgerlijk Wetboek regelen o.a. de aansprakelijkheid van de huurder...

Formulieren
Uitgever en website

Meer informatie vind je op www.just.fgov.be van het Ministerie van Justitie.

Voorbeelden
Nuttig

Neem zeker een kijkje op onze fiches 'aansprakelijkheid vrijwilligers in het jeugdwerk' en 'verzekeringen in het jeugdwerk' voor info die meer specifiek gericht is op de invloed van deze basisbeginselen binnen het vrijwilligerswerk!

Contact
Grondgebied
Trusty