BTW en het jeugdwerk

BTW en het jeugdwerk

Korte omschrijving

Jeugdwerkinitiatieven stellen zich wel vaker de vraag of zij vallen onder belastingvrijstellingen. Ook als het gaat over BTW. BTW-plichtig zijn is geen keuze die je maakt. Maar wanneer je wel of niet BTW-plichtig bent is vaak moeilijk te bepalen... daarom willen we je met deze fiche op weg helpen.

Relevantie

Vooral als er een controle  door de BTW inspectie op til staat, zorgen onduidelijkheden voor klamme handen en angstzweet. Sta je wel recht in je schoenen als je als jeugdorganisatie geen BTW betaalt op de inkomsten van een aantal ondernomen activiteiten? En heb je een poot om om te staan in geval van een controle?

Wanneer ben je nu precies BTW-plichtig?

De definitie...

In eerste instantie moet je kijken naar de definitie van de 'balastingplichtige' zoals die in het 'BTW WETBOEK' is opgenomen: artikel 4, §1 stelt dat als belastingplichtige moet aangemerkt worden: "Eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen en diensten verricht die in het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend".

Hieraan vallen een aantal begrippen op:

  • eenieder: zowel fysische (natuurlijke) personen als rechtspersonen, dus ook de VZW;
  • economische activiteit: een handeling ondernemen waarvoor je een vergoeding ontvangt (een product verkopen of een dienst leveren);
  • geregeld: dat wil zeggen bij herhaling of doorlopend;
  • zelfstandig: dat ligt voor de hand, het gaat dan om een iets wat de VZW zonder hulp van anderen organiseert;
  • met of zonder winstoogmerk: ook dit spreekt voor zich... zelfs als je niet de intentie hebt om winst te maken of als je verlies maakt kan je nog steeds als belastingplichtige beschouwd worden... dus vanaf er goederen verhandeld worden of diensten verricht worden kan er sprake zijn van een btw-plicht.
  • hoofdzakelijk of aanvullend: de activiteit past bij de missie en de visie van de vzw of is aanvullend daarop.
  • leveringen van goederen en diensten: als je vereniging geen goederen levert of diensten verricht, zal ze bijgevolg niet BTW-plichtig zijn.

Jeugdorganisaties ondernemen wel vaker activiteiten die hen binnen deze definitie doen belanden... in principe zijn ze dus BTW-belastingplichtig voor deze activiteiten (organiseren van een fuif, taartenverkoop, carwash,...). Echt helemaal duidelijk is de definitie echter niet! Ze kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden... is bijvoorbeeld 1x per jaar ook al herhaaldelijk.

De definitie alleen biedt geen uitsluitsel, maar weet dat de BTW-administratie zich ook op deze definitie baseert als ze een controle moeten uitvoeren. Het is een eerste stap als je al weet dat een aantal termen uit de definitie voor discussie vatbaar zijn als de administratie zich eventueel vragen stelt bij activiteiten die je organiseert.

... en de uitzonderingen: de vrijstellingen.

Deze vrijstellingen hebben niet tot gevolg dat de organisatie geen BTW-plichtige meer zou zijn. Het gaan immers om de eigenlijke activiteiten die je doet waarop dan geen BTW moet betaald worden.

1. Er is een eerste algemene vrijstelling die geldt voor alle kleine ondernemingen die BTW-plichtig zijn. Als de jaarlijkse omzet (= het totaal van alle ontvangsten waarop normaal BTW verschuldigd zou zijn) niet hoger is dan 5580€ (exclusief btw) moeten ondernemingen geen BTW- aangifte indienen.

2. Cruciaal voor de jeugdsector is  artikel 44,§2,2° BTW-wet, waar letterlijk bepaald wordt dat een vrijstelling geldt voor de 'diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, (...) en die worden verricht door (...) organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend' waaronder ook 'de kinderbewaarplaatsen, de zuigelingentehuizen en de instellingen die in hoofdzaak het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding tot doel hebben' vallen.

Maar ook dit artikel is voor interpretatie vatbaar omwillen van de vage verwoordingen. Let wel, de vrijstellingen moeten strikt geïnterpreteerd worden; dit is een algemene regel in BTW-land. Zo moet je onder 'bevoegde overheid' die overheid verstaan die het jeugdbeleid financiert... dit kan zowel de Vlaamse Gemeenschap, de provincie of de gemeente zijn, afhankelijk van aan wie de specifieke bevoegdheid is toebedeeld. De 'erkenning' door de bevoegde overheid geldt dan in de mate waarin de werkzaamheden van de jeugdorganisatie gesubsidieerd wordt door de overheid. En 'nauw samenhangend'... dit gaat dan alleen op voor leveringen van goederen en diensten in het kader van het op zich al vrijgesteld maatschappelijk werk van de vereniging (bijvoorbeeld leveren van eten, drinken, versnaperingen aan deelnemers van een kamp dat op zich gesubsidieerd is).

Wel duidelijk bepaald is dat het niet mag gaan om 'commerciële activiteiten' die tot concurrentievervalsing kunnen leiden!

In't kort: Nationale koepels van jeugdbewegingen worden gesubsidieerd door de Vlaamse overheid en zijn dus in principe vrijgesteld van het betalen van BTW volgens deze omschrijving. Deze redenering wordt doorgetrokken naar de lokale afdelingen, hoewel zij hun subsidies krijgen via de nationale koepels en niet rechtstreeks van de overheid.

3. Verder kunnen jeugdorganisaties zich vaak beroepen op artikel 44,§2,12° BTW-wet. Dit artikel maakt duidelijk dat activiteiten tot het verkrijgen van financiële steun voor de vereniging aangemerkt worden als een uitvloeisel van de normale activiteiten van de organisatie (die voor deze activiteiten zelf vrijgesteld is van btw). Het moet gaan om handelingen door de vrijgestelde vereniging uitgeoefend, in samenhang met de normale werkzaamheden en uitsluitend ten bate van de vereniging zelf (om de eigen kas te spijzen opdat de eigenlijke werking beter kan gefinancierd worden).

Het organiseren van een fuif of een taartenverkoop door een jeugdbeweging om financiën in te zamelen voor hun eigen werking is dus vrijgesteld van betalen van btw!

Ook hier moet men voorkomen er een 'commerciële activiteit van te maken die tot concurrentievervalsing kan leiden.

... en het verschil tussen een BTW-plichtige en een niet-BTW-plichtige VZW?

Een VZW die niet-BTW-plichtig is, betaalt zelf BTW aan haar leveranciers, en kan die BTW ook nergens aftrekken of inbrengen. Deze VZW moet zelf ook geen BTW aanrekenen. Net als een particulier is de VZW de eindgebruiker.

Een BTW-plichtige VZW daarentegen moet BTW-aangiften indienen en een BTW-nummer hebben. Deze VZW zal in haar facturen zowel de prijs als de BTW moeten aanrekenen. (Als de klant een particulier is, draagt deze dus de BTW, als de klant zelf BTW-plichtig is, kan de klant de BTW nadien recupereren bij zijn eigen klant). Aan de andere kant zal zij BTW die ze betaalde bij de aankoop van producten/diensten wel kunnen recupereren.

Stappenplan

De effectieve activiteiten die je organisatie doet en de inkomsten die je zo verwerft maken uit of je vereniging al dan niet BTW zal moeten betalen... dit staat m.a.w. los van het doel dat in de statuten van de VZW is opgenomen!

Algemeen wordt aanvaard dat jeugdorganisaties BTW-plichtig zijn voor een aantal van hun activiteiten, maar dat zij vallen onder de vrijstellingen van artikel 44,§2,2° en 12° BTW-wet. Dit is echter geen vrijgeleide om in het wilde weg en zonder erbij stil te staan allerhande economische activiteiten op touw te zetten. In tegendeel! De vrijstellingen moeten strikt geïnterpreteerd worden... activiteiten organiseren moet ook met het oog op de BTW-wetgeving weldoordacht gebeuren!

Overloop steeds of je grondig kan argumenteren dat de activiteiten die je organiseert binnen één van de genoemde vrijstellingen valt. Mochten er vragen rijzen bij de BTW-administratie, heb je alvast een goed onderbouwde basis om aan te tonen dat de vrijstellingen spelen.

  • Toon aan dat je groep georganiseerd is als feitelijke vereniging of VZW en vermeld of je al dan iet onder de verantwoordelijkheid valt van een overkoepelende organisatie die subsidies ontvangt van een hogere overheid. Vergeet niet een erkenning door je gemeente toe te voegen (door bijvoorbeeld aan te tonen dat je gemeente je ook subsidieert. Het maatschappelijk werk dat je levert geniet dan immers van de vrijstelling van art. 44,§2,2° BTW-wet.
  • Ook voor je activiteiten die puur in het verlengde liggen van je maatschappelijk werk kan je je hierop beroepen. Dat je tijdens de wekelijkse bijeenkomsten je deelnemers een drankje aanbiedt hoort bij het eigenlijke doel van je werk. Wees ervan bewust dat 'nauw samenhangen' ook echt 'nauw samenhangen' wil zeggen...
  • Daarnaast kan je ook die andere vrijstelling (art. 44,§2,12° BTW-wet) aanhalen voor activiteiten die louter door jouw vereniging georganiseerd en uitgevoerd worden om jullie eigen kassa te spijzen! Behoed je wel voor concurrentievervalsing: zoek originele activiteiten die enerzijds gelinkt kunnen worden aan het doel van je jeugdvereniging en anderzijds niet het gras wegmaaien voor de voeten van professionele firma's  die uit dergelijke activiteiten hun dagelijkse bestaansmiddelen moeten halen.
  • Verlies ook niet uit het oog dat je 'maatschappelijk werk' verricht. Als je er met je groep elke week op uittrekt om je verenigingskas aan te vullen door allerhande activiteiten (de ene week auto's wassen, de ander een taartenslag, de volgende een WC-papier verkoop,...) is het immers logisch dat er vragen rijzen rond het eigenlijke maatschappelijke werk dat je doet. Om te beginnen wanneer, want als je elke week de economische toer opgaat, geef je niet echt  een aanvaarde invulling aan ontspanning en vrijetijdsbesteding zoals bedoeld/gesubsidieerd.
  • Wees volledig en nauwkeurig in het geven van de informatie die je gevraagd wordt: het doel van je organisatie is van belang (waaruit blijkt dat je jongeren begeleidt in hun vrijetijdsbesteding); waaruit je activiteiten in het algemeen bestaan en wat je daarnaast in het bijzonder onderneemt - zowel in het kader van je maatschappelijk werk als ook de daarmee nauw samenhangende activiteiten en dewelke je organiseert om wat extra middelen in het laatje te krijgen.
  • Houd zeker rekening met de timing die de administratie vooropstelt om de gevraagde informatie te verstrekken. Er staan namelijk aanzienlijke boetes op het laattijdig indienen van dossiers (die zelfs kunnen oplopen tot 2500€)!

Als het een geruststelling mag wezen: meestal is het doel van een controle niet je jeugdorganisatie zelf, maar veeleer een verdere controle van commerciële actoren die iets met jouw activiteit(en) te maken hebben (gehad), zoals artiesten die zijn komen optreden, leveranciers van dranken/eten... 

Tips

Zijn er geen handvaten om je activiteiten te kaderen binnen de vrijstellingen, zodat je niet afhankelijk bent van interpretaties of zodat je weet welke richting het zal uitgaan? Een strikte interpretatie voor jou is immers niet noodzakelijk een strikte interpretatie voor de administratie...

  • Je economische activiteiten om geld in te zamelen, naast de subsidies en lidgelden die je ontvangt, mogen slechts een minderheid van je totale inkomst uitmaken. De BTW-administratie weet ook wel dat je deze middelen nodig hebt om kwalitatief te kunnen werken en ziet het nut voor de ontwikkeling van de leden wel in, maar het mag niet overdreven worden. Als je zo veel geld in het laatje haalt (blijft halen) dat je met moeite weet wat ermee aan te vangen, ben je niet echt goed bezig!
  • Er mag veel! Maar probeer toch uit het vaarwater van commerciële firma's te blijven. Als zij van mening zijn inkomsten aan hun neus te zien voorbijgaan en erover klagen, gaan de poppen aan het dansen. Concurrentievervalsing is geen lachertje! Organiseer je activiteiten die normaal door firma's worden uitgeoefend, houd ze dan kleinschalig!
  • Er zijn nogal wat verschillen in aanpak tussen de verschillende BTW-administraties en -inspecteurs. Een uitspraak/beslissing van een controlekantoor hoeft niet overgenomen worden door een ander... wat voor de ene administratie nog net door de beugel kan, kan voor de andere net niet meer... Alleen beslissingen die in de hoofdzetel genomen worden, gelden als richtlijn voor de meer lokale afdelingen!

BTW-wetgeving is een ingewikkeld kluwen en het is niet verwonderlijk dat (lokale) verenigingen niet helemaal op de hoogte zijn. Wees niet te beroerd om eventueel contact op te nemen met een specialist die je met raad en daad kan adviseren - hij/zij is vertrouwd met de logica die de BTW-administraties hanteren, kent het vakjargon en ween aan welke vragen en onduidelijkheden het juiste gewicht toe te kennen.

Regelmatig duikt de term 'gemengd BTW-plichtig' op. Een gemengde BTW-plichitge vereniging is een vereniging die tegelijk zowel activiteiten uitoefent die onder de BTW-plicht vallen als activiteiten die onder de vrijstelling van art. 44 BTW wetboek of helemaal buiten het werkveld van de BTW vallen. Voor de ene activiteit zal BTW moeten aangerekend worden, voor de andere niet (maar is er ook geen recht op aftrek).

Typisch voorbeeld is een sportvereniging (VZW) die ook een kantine draaiende houdt die openstaan voor iedereen. Het runnen van de kantine is een activiteit die onder de BTW plicht valt. Op de verkoop van dranken in de kantine zal ze BTW moeten aanrekenen, maar ze zal ook de BTW die ze betaalt voor het aankopen van dranken voor de kantine kunnen aftrekken. Het runnen van de sportclub (VZW) valt onder de vrijstelling van art. 44. Op lidgeld dat aangerekend wordt, moet geen BTW aangerekend worden, maar de BTW die de club betaalt op de aankoop van sportmateriaal zal evenmin afgetrokken kunnen worden.

Wet

De basis voor BTW regelgeving vind je terug in het BTW wetboek.

De belangrijkste artikels - dewelke in deze fiche besproken zijn - geven we hier volledig weer:

art. 4, §1. Belastingplichtige is eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in dit Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.

art. 44, §2 Van de belasting zijn eveneens vrijgesteld:

(...) 2° de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instelling van sociale aard worden erkend.

Worden met name bedoeld:

(...) - de kinderbewaarplaatsen, de zuigelingentehuizen en de instellingen die in hoofdzaak het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding tot doel hebben;

(...) 12° de leveringen van goederen en diensten, verricht in samenhang met werkzaamheden die ter verkrijging van financiële steun met betrekking tot in 1° tot 4°, 7° en 11° genoemde handelingen zijn georganiseerd door en uitsluitend ten bate van diegenen die deze handelingen verrichten; de Koning kan, ter voorkoming van concurrentieverstoring, beperkingen opleggen ten aanzien van het aantal van de vrijgestelde werkzaamheden of het bedrag van de opbrengsten;

Hier vind je tevens een parlementaire vraag van januari 2010 over de BTW-plicht van jeugdverenigingen.

Afkondigingsdatum
woensdag, 2 juli, 1969
Formulieren
Uitgever en website

Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie

Vooruitgangstraat 50

1210 Brussel

Tel.: (02) 277 51 11

Fax: (02) 277 51 07

web: www.mineco.fgov.be

of www.economie.fgov.be

Voorbeelden
  • Baat je organisatie een winkel uit waar vooral eigen producten (b.v. boeken, brochures,...) verkocht worden die uitsluitend te maken hebben met je werking en die je nergens anders vindt... dan is er geen probleem. Verkoop je vooral producten die eveneens te vinden zijn in vele andere winkels, dan is de link met je eigenlijke werkzaamheden minder duidelijk en kunnen er vragen rijzen.
  • Organiseer je een fuif om je kamp goedkoper te maken voor je leden... geen probleem. Groeit je fuif uit tot een groot evenement dat jaarlijks hoge toppen scheert en je erg aardige sommen opbrengt, kan opnieuw discussie ontstaan... het evenement komt (te) los van je werking te staan...
  • Ga je na een evenement eens een feestzaal opkuisen tegen een milde bijdrage... OK. Doe je dit elke maand of herhaaldelijk na evenementen, dan neem je het werk af van de kuisdienst die deze taken normaal op zich neemt... en kan er sprake zijn van concurrentievervalsing, hetgeen niet de bedoeling mag zijn.
  • Bied je tijdens je wekelijkse activiteit je deelnemers een hapje en een drankje aan tegen democratische prijzen... geen probleem. Dit hangt nauw samen met je maatschappelijk werk. Bied je tijdens je bijeenkomsten ook niet-leden of niet-deelnemers hetzelfde, dan bevind je je reeds in de schemerzone, want in feite speel je café... en is het moeilijker de verbinding te leggen met je 'maatschappelijk werk'...
  • Sponsoring die de VZW ontvangt is onderhevig aan BTW. Sponsoring gaat in principe immers uit van een tegenprestatie van de VZW: reclame in ruil voor een financiële bijdrage... is een economische activiteit zoals beschreven in de definitie van de belastingplichtige. Ook hier gelden echter vrijstellingen en werkt men met grensbedragen...
Nuttig
Contact

Voor meer informatie kan je terecht bij je eigen provinciale of nationale secretariaten. Ben je geen lid van dergelijke koepelorganisatie dan kun je altijd contact opnemen met Steunpunt Jeugd.

Grondgebied
Trusty