Vrijwilligersvergoeding

Vrijwilligersvergoeding

Korte omschrijving

Een aantal organisaties kiest ervoor om de inzet van hun vrijwilligers te waarderen door hen een vergoeding toe te kennen.Er zijn verschillende mogelijkheden toegelaten om dit te doen en de wet is niet altijd even duidelijk. In deze fiche willen we kort het fiscale en financiële luik van de vrijwilligersvergoeding aanstippen.

Relevantie

Je bent vrijwilliger en je krijgt hiervoor een vergoeding, of je werkt met vrijwilligers en wil hen financieel tegemoet komen... Wat vind je hierover in de wet en hoe interpreteer je die best.

De vrijwilligerswet laat toe dat verenigingen hun vrijwillige medewerkers vergoeden. Laat het duidelijk zijn dat dit geen verplichting is. De verenigingen die een vergoedingssysteem willen hanteren, zijn verplicht hun vrijwilligers hierover te informeren (voor deze met zijn vrijwilligerswerk begint).

De vrijwilligersvergoeding is geen loon. Vrijwilligers worden nooit betaald voor de taken die zij uitoefenen - de vergoeding is erop gericht de financiële inspanningen die de vrijwilligers doen te beperken en hen bovendien in hun engagement te stimuleren.

Als de vereniging kiest om de vrijwilligersinzet op deze manier te waarderen, kan zij twee manieren aanbieden om dit te doen. De vrijwilliger moet hieruit kiezen. Ofwel opteert hij/zij voor een integrale terugbetaling van de 'reële kosten', ofwel voor het systeem van de 'forfaitaire vergoeding'.

In het eerste geval, bij de reële kostenvergoeding, moet de vrijwilliger alle teruggevorderde kosten kunnen bewijzen (treintickets, rekeningen,...). In dit systeem kan de vrijwilliger alle gemaakte onkosten inbrengen, zonder dat de wetgever hierop een plafond heeft bepaald.

In het tweede geval, bij de forfaitaire kostenvergoeding, moet hij/zij geen kosten bewijzen, maar heeft de wetgever wel een plafond bepaald. Voor 2013 geldt een dagmaximum van €32,71 en een jaarmaximum van €1308,38. Uiteraard kan de vereniging de dag/jaarvergoeding op een lager bedrag bepalen. Deze bedragen gelden 'per vrijwilliger' en niet 'per organisatie'. Een vrijwilliger kan dus niet bij elke vereniging waar hij/zij actief is telkens het jaarmaximum opstrijken!

De vereniging kan beide systemen naast elkaar laten lopen... vrijwilliger 1 kan kiezen voor een forfaitaire vergoeding, terwijl vrijwilliger 2 bij dezelfde organisatie kiest voor een reële vergoeding. Een vrijwilliger zelf kan beide moegelijkheden niet combineren voor vrijwilligerswerk dat hij/zij in verschillende verenigingen uitvoert. Hij/zij kan niet in organisatie A een forfaitaire vergoeding verkiezen en in organisatie B met een reële vergoeding werken.

Op het verbod voor de vrijwilliger  om beide systemen met elkaar te combineren is sinds eind mei 2009 één uitzondering toegelaten: de forfaitaire kostenvergoeding mag gecombineerd worden met een reële kilometervergoeding voor afstanden die de vrijwilliger in het kader van zijn activiteiten met de eigen wagen of fiets heeft afgelegd. Ook hier stelt de wet enkele plafonds: de vrijwilliger kan maximaal voor 2000km per jaar vergoed worden aan een bedrag van maximaal €0,3456/km voor vervoer met de eigen wagen en €0,20 voor vervoer met de fiets. Het bedrag voor het vervoer met de wagen geldt tot 30 juni 2013; het bedrag voor de fietsvergoeding wordt op andere tijdstippen aangepast

Let wel, eventuele aanpassingen van de kilometervergoeding worden aangepast per 1 juli van het jaar, terwijl de bedragen voor de kostenvergoeding per kalenderjaar aangepast worden.

Tips
  1. Naast de fiscale aspecten die in de wet zelf aangestipt worden, blijven enkele onduidelijkheden die uitgeklaard kunnen worden.
  • De vrijwilligersvergoeding is geen loon. De vrijwilliger verricht zijn taken niet in het kader van een arbeidsovereenkomst - hij wordt niet betaald voor zijn vrijwilligerswerk. Daarom moet de vereniging voor deze vrijwilligersvergoedingen geen fiscale fiches opstellen en geen sociale bijdragen betalen! Uiteraard moeten de kosten wel volgens de regels van de kunst in de boekhouding verwerkt worden.
  • En aangezien het geen loon betreft, moet de vrijwilliger de vergoedingen niet aangeven aan de belastingen. Daar staat wel tegenover dat de vrijwilliger eventuele kosten die niet helemaal vergoed worden niet als kosten in zijn belastingsaangifte in rekening mag brengen.
  • Het is aan de vrijwilliger zelf om in het oog te houden hoeveel forfaitaire vergoeding hij ontvangt. Niets belet hem/haar immers om bij verschillende verenigingen vrijwilligerswerk op zich te nemen; terwijl de ene vereniging onmogelijk kan weten waar de vrijwilliger nog actief is en of daarvoor eveneens vergoedingen worden betaald. De vrijwilliger moet zelf de vereniging op de hoogte brengen als zijn/haar maximum bereikt is.
  • Ontvangt hij/zij meer dan deze maxima, dan verliest hij/zij het statuut van vrijwilliger. Alle forfaitaire vrijwilligersvergoedingen die gedurende het betreffende aanslagjaar ontvangen werden (en dus niet alleen het teveel), worden beschouwd als loon en bijgevolg bij het belastbare inkomen opgeteld. Bovendien zal hij/zij als werknemer of zelfs zelfstandige kunnen geherkwalificeerd worden met alle wetten aangaand arbeidsrecht, sociale zekerheidsrecht etc. die dan beginnen te spelen... Bovendien zou aan de vereniging(en) zelfs het verwijt van fraude kunnen gemaakt worden wegens het ontduiken van bijvoorbeeld sociale zekerheidsbijdragen...!!
  • Vrijwilligerswerk is combineerbaar met een (studenten)job. De job is immers gekaderd in een arbeidsovereenkomst, het vrijwilligerswerk helemaal niet! Beide vallen onder afzonderlijke wetten met specifieke normen en regels. Mocht de werknemer (student of niet) bij dezelfde vereniging tegelijk als vrijwilliger actief zijn, moeten beide takenpakketten duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn (inhoudelijk en/of in termijn). De vereniging moet absoluut vermijden dat er een vermoeden op een verdoken arbeidsovereenkomst de kop kan opsteken.
  1. Behoudens de fiscale aspecten die om duidelijkheid vragen, zijn er nog een aantal andere onderwerpen die een woordje uitleg verdienen.
  • De combinatie van een 'reële onkostenvergoeding' met een vergoeding voor de 'reële transportkosten' is niet aan de orde. De vrijwilliger die alle gemaakte kosten kan inbrengen kan/zal automatisch zijn reële vervoerskosten claimen.
  • Het is voor de vereniging geen verplichting om haar vrijwilligers financieel tegemoet te komen. Zij kan ervoor kiezen de inzet van haar vrijwilligers op deze manier te waarderen. Dit neemt niet weg dat de vereniging nog eens een geschenkje mag aanbieden... zolang dit een uitzondering blijft. Een vrijwilliger naast een vergoeding na elke activiteit ook nog eens een geschenkbon presenteren lijkt al erg op verloning! Op het einde van het jaar of na een bijzonder evenement de vrijwilligers nog eens extra in de bloemetjes zetten is absoluut gegund!
  • De maximale vergoedingen voor vrijwilligerswerk die door de overheid vastgelegd zijn, worden onderworpen aan een indexatie aan de consumptieprijzen.
  • Ook de kilometervergoeding zelf is aan schommelingen onderworpen. Behoudens bijzondere omstandigheden blijft het bedrag van begin juli tot eind juli van het daaropvolgende jaar hetzelfde.
Wet

De wet betreffende de rechten van vrijwilligers van 3 juli 2005 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad om 29 augustus 2005. Sommige artikels traden in werking op 1 januari 2006, andere op 1 januari 2007. De wet werd op sommige punten gewijzigd bij wetten van 27 december 2005 en 19 juli 2006. Bij de wet houdende diverse bepalingen van 6 mei 2009 werden wijzigingen m.b.t. de vrijwilligersvergoeding ingeschreven (die in werking zijn getreden op de dag van de publicatie in het B.S. op 29 mei 2009).

HOOFDSTUK VII. - Vergoeding voor vrijwilligerswerk.

Art. 10 Het onbezoldigd karakter van het vrijwilligerswerk belet niet dat de door de vrijwilliger voor de organisatie gemaakte kosten door de organisatie worden vergoed. De realiteit en de omvang van deze kosten moeten niet bewezen worden, voor zover het totaal van de ontvangen vergoedingen niet meer bedraagt dan 24,79 euro per dag (...) en 991,57 euro per jaar. De in de vorige zin bedoelde bedragen zijn gekoppeld aan de spilindex 103,14 (basis 1996 = 100) en variëren zoals bepaald in de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumentenprijzen worden gekoppeld.

Te rekenen van de inwerkingtreding van deze wet wordt de hoogte van de ontvangen vergoedingen na twee jaar onderworpen aan een evaluatie. Deze evaluatie wordt uitgevoerd volgens de nadere regels die de Koning, bij een besluit vastgelegd en na overleg in de Ministerraad, bepaalt, met dien verstande dat ze wordt uitgevoerd in samenwerking met de instellingen van sociale zekerheid en dat vooraf het advies van de Nationale Arbeidsraad en de Hoge Raad voor de Vrijwilligers wordt ingewonnen. Het evaluatieverslag wordt onmiddellijk meegedeeld aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan de Senaat.

[Bedraagt het totaal van de door de vrijwilliger van een of meerdere organisatie(s) ontvangen vergoedingen meer dan de in het eerste lig bedoelde bedragen, dan kunnen deze enkel al een terugbetaling van door de vrijwilliger voor de organisatie(s) gemaakte kosten worden beschouwd, indien de realiteit en het bedrag van deze kosten kunnen aangetoond worden aan de hand van bewijskrachtige documenten. Het bedrag van de kosten mag worden vastgesteld overeenkomstig het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen en toelagen van alle aard toegekend aan het personeel van de federale overheidsdiensten.]

[De forfaitaire  en reële kostenvergoedingen mogen in hoofde van de vrijwilliger niet gecombineerd worden. Een combinatie van de forfaitaire kostenvergoeding met een terugbetaling van de reële vervoerskosten is echter mogelijk voor maximaal 2000 kilometer per jaar per vrijwilliger. Wat betreft het gebruik van de eigen wagen, worden de reële vervoerskosten vastgesteld overeenkomstig artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende de algemene regeling inzake reiskosten. De reële vervoerskosten door het gebruik van de eigen fiets, worden vastgelegd, overeenkomstig artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 april 1999 houdende de toekenning van een vergoeding voor het gebruik van de fiets aan de personeelsleden van sommige overheidsdiensten. Het totaal uitgekeerd jaarlijks bedrag ter vergoeding  van het gebruik van openbaar vervoer, de eigen wagen of fiets mag maximaal 2000 maal de kilometervergoeding bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende de algemene regeling inzake reiskosten bedragen.]

Art. 11. Een activiteit kan niet als vrijwilligerswerk beschouwd worden indien één van de of alle in artikel 10 bedoelde grenzen overschreden worden en het in artikel 10, derde lid, bedoelde bewijs niet kan geleverd worden. De persoon die deze activiteit verricht kan in dat geval niet als vrijwilliger worden beschouwd.

Art. 12 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor specifieke categorieën van vrijwilligers, onder de door Hem bepaalde voorwaarden, de in artikel 10 bedoelde bedragen verhogen.

(...)

HOOFDSTUK VIII - Uitkeringsgerechtigde vrijwilligers

Afdeling VII. - Gezinsbijlagen.

Art. 19. In artikel 62 van de bij het koninklijk besluit van 19 december 1939 samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vervangen bij de wet van 29 april 1996, wordt een §6 ingevoegd, luidende:

" §6. Voor de toepassing van deze wetten wordt vrijwilligerswerk in de zin van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers niet beschouwd als een winstgevende activiteit. De vergoedingen in de zin van artikel 10 van voormelde wet worden niet beschouwd als een inkomen, een winst, een brutoloon of een sociale uitkering, voorzover het vrijwilligerswerk zijn onbezoldigd karakter niet verliest overeenkomstig hetzelfde artikel van dezelfde wet."

Art. 20. In artikel 1 van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van een gewaarborgde gezinsbijslag, zoals gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1980, bij het koninklijk besluit nr. 242 van 31 december 1983 en bij de wetten van 20 juli 1991, 29 april 1996, 22 februari 1998, 25 januari 1999, 12 augustus 2000 en 24 december 2002, wordt, tussen het eerste en het tweede lid, het volgende lid ingevoegd:

"Wanneer het kind een vergoeding geniet als bedoeld in de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers, is dit geen beletsel voor de toekenning van gezinsbijslag."

Art. 21. Onder de voorwaarden en volgens de nadere regels die de Koning bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad bepaalt, zijn het verrichten van vrijwilligerswerk en het ontvangen van een in artikel 10 bedoelde vergoeding, verenigbaar met het recht op de gewaarborgde gezinsbijslag.

Uitgever en website

Federale Overheidsdienst (FOD) Sociale Zekerheid
Administratief Centrum Kruidtuin - Finance Tower
Kruidtuinlaan 50, bus 100
1000 Brussel
tijdens de kantooruren (8u-17u) te bereiken op 02 528 60 11
www.socialsecurity.fgov.be/nl/nieuws-sociale-zekerheid.htm

Informatieambtenaar bij de FOD Sociale Zekerheid: Didier Coeurnelle - 02 528 60 31 en in dringende gevallen 0477/84.86.64 - social.security@minsoc.fed.be

Nuttig
  • Op de website van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vind je een rubriek FAQ die concrete vragen onder de loep neemt.
  • Ook de website www.vrijwilligerswerk.be biedt meer informatie over werken als en werken met vrijwilliger(s).
  • De adressen van de verschillende provinciale steunpunten vrijwilligerswerk (en van het Brusselse steunpunt) vind je in de fiche 'vrijwilligerswet'.
Contact

Voor meer informatie kan je eveneens terecht bij je eigen provinciale of nationale secretariaten? Ben je geen lid van dergelijke koepelorganisatie dan kan je altijd contact opnemen met Steunpunt Jeugd.

Grondgebied
Trusty