Vrijwilligerswet

Vrijwilligerswet

Korte omschrijving

Ten gevolge van de vrijwilligerswet, die vanaf 1 augustus 2006 geldt, is elke jeugdwerkorganisatie verplicht om haar vrijwilligers enerzijds te informeren over een aantal zaken en ze anderzijds te verzekeren voor burgerlijke aansprakelijkheid. Daarnaast geeft de wet regels inzake de onkostenvergoeding van de vrijwilligers.

Relevantie

Het jeugdwerk in Vlaanderen wordt gedragen door vrijwilligers. Speciaal voor vrijwilligers is er de vrijwilligerswet. Deze wet probeert de vrijwilligers te beschermen zonder al te veel regels te willen opleggen. Deze fiche probeert de belangrijkste zaken uit deze wet kort te bespreken.

Vanaf 1 augustus 2006 is elke jeugdwerkorganisatie verplicht om haar vrijwilligers te informeren over een aantal zaken. Deze verplichting bepaalt de minimale inhoud van de informatie die de vrijwilligers moeten krijgen van de vereniging. De organisaties zijn uiteraard vrij hun vrijwilligers nog extra informatie te bezorgen.

Daarnaast verplicht de wet bepaalde organisaties hun vrijwilligers te verzekeren voor burgerlijke aansprakelijkheid. Deze verzekering 'burgerrechtelijke aansprakelijkheid' (BA) dekt de risico's met betrekking tot het vrijwilligerswerk, voor ten minste de organisatie. Als de organisatie (= de vrijwilliger) een fout maakt, die schade veroorzaakt aan derden, zal de verzekering de schade moeten vergoeden. De vrijwilligers moeten, zowel tijdens de uitvoering van hun activiteiten als tijdens hun verplaatsingen in het kader van die activiteiten, verzekerd zijn.

In het verlengde van de verzekeringsplicht bepaalt de wet dat de vrijwilligers in principe ‘immuun' zijn voor de gevolgen van hun daden (schade veroorzaakt aan derden door de fout van de vrijwilligers, begaan tijdens het uitoefenen van hun vrijwilligersactiviteiten); behalve in het geval van bedrog, een zware fout of in het geval van eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte schuld... dan blijft de vrijwilliger zelf verantwoordelijk.

De verzekeringsplicht voor de vereniging en immuniteit van de vrijwilliger gelden alleen voor gestructureerde organisaties en hun vrijwilligers. De wetgever onderscheidt volgende 3 typen:

  • Rechtspersonen (vzw’s, stichtingen, …)
  • Feitelijke verenigingen die personeel tewerkstellen
  • Of die feitelijke verenigingen die op grond van hun specifieke verbondenheid met één van de twee vorige types organisaties beschouwd kunnen worden als een afdeling daarvan (bv. lokale afdeling van een jeugdbeweging).

Verder heeft de wet het ook over het eventueel vergoeden van de onkosten die door vrijwilligers gemaakt worden. Als de verenigind deze kosten vergoedt, kan ze dit op 2 manieren doen:
reële kosten vergoeden (op basis van bewezen kosten) of  een forfaitair bedrag uitbetalen. De vereniging kan beide systemen hanteren, de vrijwilliger moet kiezen welke van de twee hij verkiest (Hij moet kiezen voor een systeem voor al zijn vrijwilligerswerk bij verschillende organisaties - beide mogelijkheden parallel laten lopen kan niet).

Sinds 1 augustus 2006 is het bovendien voor werklozen en bruggepensioneerden heel wat eenvoudiger om vrijwilliger te worden. Het volstaat om 14 dagen voor de aanvang een schriftelijke aangifte te doen bij de RVA (formulier C45B). Meteen na deze melding mag de vrijwilliger aan de slag. De RVA kan echter nog wel het vrijwilligerswerk verbieden of beperken, maar een toelating vooraf is niet meer nodig. Hiervoor heeft de RVA 12 dagen de tijd. Nadien is er een impliciete goedkeuring voor de vrijwilliger. Ook mensen die een leefloon ontvangen dienen dit op voorhand te melden aan het OCMW. Arbeidsongeschikten hebben echter nog steeds op voorhand de toelating nodig van de adviserende geneesheer van hun mutualiteit.

Stappenplan

Informatieplicht

De wet bepaalt de minimale verplichting inzake de inhoud van de informatie. De organisaties zijn uiteraard vrij om op dezelfde wijze hun vrijwilligers nog extra informatie te bezorgen. Vóór een vrijwilliger met zijn of haar activiteiten begint, moet hij of zij minstens de volgende informatie krijgen van de organisatie waarvoor hij of zij gaat werken:

  • De sociale doelstelling en het juridisch statuut (bv. VZW of feitelijke vereniging) van de vereniging. Voor een feitelijke vereniging moet bijkomend de identiteit van de verantwoordelijke(n) meegedeeld zijn.
  • Het verzekeringscontract met betrekking tot de burgerlijke aansprakelijkheid;
  • Of nog andere verzekeringen zijn afgesloten en welke (bv. verzekering lichamelijke ongevallen);
  • Of de vereniging al dan niet een vergoeding aan de vrijwilliger uitbetaalt en volgens welk systeem dit desgevallend gebeurt (forfaitair of op basis van bewezen onkosten);
  • Of de vrijwilliger gebonden is aan een geheimhoudingsplicht.

De wet spreekt zich niet uit over de wijze waarop de vrijwilligers moeten geïnformeerd worden. Dit kan door het ophangen van de informatie in het lokaal, door ernaar te verwijzen in de website, door het opnemen ervan in het ledenblad of huisreglement,... Het belangrijkste is dat de organisatie een 'informatiebeleid' heeft en, als het erop aan komt, kan bewijzen dat de vrijwilligers geïnformeerd werden.

Verplichte verzekering burgerlijke aansprakelijkheid (BA)

De wetgever stelt gestructureerde organisaties burgerlijk aansprakelijk voor schade die de vrijwilliger aan derden berokkent, zowel tijdens de uitvoering van de activiteit als onderweg van en naar de plaats van de activiteit. 

Tegelijk verplicht de wet betreffende de rechten van vrijwilligers de gestructureerde verenigingen om vanaf 01/01/2007 een verzekering BA af te sluiten voor de organisatie om in dergelijke schadegevallen tussen te komen. (Behalve in geval van bedrog, zware fout of eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte schuld van de vrijwilliger; in dat geval blijft de vrijwilliger zelf verantwoordelijk).

  • Bedrog, zware schuld of eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fouten van de vrijwilliger zijn niet gedekt door de verzekering BA. In dat geval blijft de vrijwilliger zelf verantwoordelijk om de veroorzaakte schade te vergoeden.
  • Een verzekering 'contractuele' aansprakelijkheid is niet verplicht.
  • Een verzekering 'rechtsbijstand' en 'lichamelijke ongevallen' is ook nog niet verplicht. Het is echter raadzaam om de vrijwilligers ook op dat vlak te beschermen.
  • Rechtsbijstand gaat over de ondersteuning van de vrijwilliger als hij/zij betrokken raakt in een rechtszaak: om experten te kunnen aanduiden, een advocaat te betalen, kortom ervoor te zorgen dat de rechten van de persoon in kwestie zo goed mogelijk verdedigd worden.
  • Een polis 'lichamelijke ongevallen' kan apart afgesloten worden of door uitbreiding van de polis 'arbeidsongevallen' als de organisatie met betaald personeel èn met vrijwilligers werkt. Een ongeval is een ‘plotse gebeurtenis die een persoon treft of overkomt’, en waardoor hij/zij lichamelijke letsels oploopt. Er zijn geen derden in het spel. De schade kan dus niet vergoed worden via een polis BA.

Verzekeringen BA zijn over 't algemeen geen dure polissen.

Indien men geen aparte verzekering ‘rechtsbijstand’ wil of kan afsluiten, is het verstandig om eens bij de verzekeraar te polsen of er geen clausule rechtsbijstand in de polis BA kan worden opgenomen. Ook dat is niet zo duur.

De duurste verzekering is die voor lichamelijke ongevallen, waarbij de prijs afhangt van het risico en de reikwijdte van de dekking. Polissen lichamelijke ongevallen verschillen wel eens, afhankelijk van wat er vergoed of uitgekeerd wordt en hoelang.

Er zijn echter ook manieren om de prijs van verzekeringen te drukken:

  • Een hogere franchise toelaten (dan betaalt de organisatie meer uit eigen zak als er iets gebeurt);
  • Zoeken naar formules van collectieve verzekeringen (hoe groter de spreiding van het risico, hoe lager de premie)
  • Door in te spelen op het aanbod van lokale en provinciale overheden of van de Vlaamse Gemeenschap.

De vrijwilliger kan eventueel een aanpassing van zijn familiale polis overwegen. Er zal een bepaling in de BA polis privé-leven gezet worden dat vrijwilligerswerk steeds geacht wordt deel uit te maken van het privé-leven van de persoon in kwestie. Indien de vrijwilliger geen bescherming geniet wat betreft de BA omdat de organisatie niet onder toepassing van artikel 5 en 6 valt, zal de verzekeringsmaatschappij geen tussenkomst kunnen weigeren.

Ook een aanpassing van de autoverzekeringspolis is mogelijk. Omdat de vrijwilliger beschermd moet worden 'tijdens' het verrichten van vrijwilligerswerk, en 'tijdens’ook op weg van en naar de activiteiten betekent, zal een bepaling worden toegevoegd in de polis BA motorrijtuigen. Hierdoor zal de vrijwilliger, ook als die 'in opdracht' van het vrijwilligerswerk rijdt, beroep kunnen doen op de eigen autoverzekeringspolis (artikel 8 bis).

Aan de aansprakelijkheid van de vrijwilliger in het jeugdwerk is een aparte fiche van deze databank gewijd.

Kostenvergoeding

Vrijwilligers kunnen nooit voor hun prestaties betaald worden, want voor betaalde arbeid moet je alle verplichtingen inzake arbeidswetgeving, sociale zekerheid, werkgeversbijdragen, arbeidsongevallenverzekeringen enz. nakomen.

De organisatie kan wel beslissen of zij kosten die de vrijwilligers maken in het kader van hun vrijwilligersactiviteit al dan niet zal vergoeden. Zij is hiertoe niet verplicht. Als de organisatie beslist de kosten te vergoeden, kan zij ofwel de reëel gemaakte kosten (door de vrijwilliger bewezen - en de bewijzen worden door de organisatie bewaard) vergoeden, ofwel de vrijwilliger een forfaitair bedrag betalen per dag of per jaar. Vanaf 1 januari 2009 bedraagt de maximale forfaitaire kostenvergoeding 30,22€/dag of 1.208,72€/jaar. De bedragen worden normaal jaarlijks geïndexeerd, maar bleven voor 2010 dezelfde als voor 2009. De maximale kilometervergoeding tussen 01/07/2009 en 30/06/2010 betdraagt dan weer 0,3026€/km. Sinds juni 2009 kan de vrijwilliger de forfaitaire kostenvergoeding combineren een terugbetaling van de reële vervoerskosten (tot een maximum van 2000km/jaar) - dit is de enige mogelijkheid voor een vrijwilliger om beide systemen te combineren.

Bovenop deze maximale vergoedingen mag een vrijwilliger ook af en toe een cadeautje ontvangen, maar dit mag zeker niet de regel zijn.

Tips

Advies Hoge Raad voor de Vrijwilligers over vrijwilligerswet

In de praktijk blijkt dat de regelgeving aanleiding geeft tot onduidelijkheden en interpretatieproblemen. Het is bijvoorbeeld niet altijd duidelijk welke feitelijke verenigingen precies onder het toepassingsgebied van de vrijwilligerswet vallen. Ook leven vragen over de reikwijdte van de verzekeringsplicht, de minimumgarantievoorwaarden, de collectieve verzekering van de Federale Overheid en de gratis collectieve verzekering van de Nationale Loterij.

Op vraag van de minister voor Sociale Zaken heeft de Hoge Raad voor Vrijwilligers een adviesnota opgesteld over de aansprakelijkheids- en verzekeringsproblemen in de vrijwilligerswet. Deze nota geeft een duidelijk en verhelderend beeld van de voornaamste knelpunten en is daarom ook nuttige lectuur voor elke organisatie die werkt met vrijwilligers.

FAQ vrijwilligerswerk

Op de website www.vrijwilligersweb.be vind je ook veelgestelde vragen over vrijwilligerswerk, voor het gemak hebben we er een aantal uitgepikt.

Wat is vrijwilligerswerk?                                                                                                                         Het is een activiteit die onbezoldigd en onverplicht wordt verricht ten behoeve van één of meerdere personen van een groep of organisatie of van de samenleving als geheel en die ingericht wordt door een organisatie anders dan in familie- of privé-verband en die niet door eenzelfde persoon en voor dezelfde organisatie wordt verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling (VZW-review, maart 2008).

Wat is een vrijwilliger?                                                                                                                            Een vrijwilliger is iedere gewone persoon (in het jargon: een "natuurlijke" persoon) van vlees en bloed (EU-burger of houder van een geldige verblijfsvergunning) die zich engageert voor een vrijwilligerswerk. Bedrijven, instellingen, organisaties,… kunnen geen vrijwilliger zijn.

Hoe kan iemand bewijzen dat hij vrijwilliger is?
Er bestaat geen certificaat of kaart waarmee iemand zijn/haar vrijwilligersschap kan bewijzen. Het bezit van een afspraken-/informatienota of een document waarin de organisatie duidelijk stelt dat jij als vrijwilliger door haar bent ingezet kan aantonen dat je vrijwilliger bent (of was) in de organisatie maar het zijn geen officiële "bewijsstukken".
In geval van conflict of probleem of als het er echt op aankomt te bewijzen dat men in een organisatie vrijwilliger is of was, zullen de feiten onderzochtworden.

Mag een minderjarige een vrijwilligersovereenkomst ondertekenen?
Aangezien een minderjarige een arbeidscontract mag ondertekenen, mag hij/zij ook een vrijwilligersovereenkomst handtekenen, tenzij de ouders zich daar uitdrukkelijk zouden tegen verzetten.

Mag een minderjarige vrijwilligerswerk doen?                                                                       Jongeren kunnen pas vrijwilligers zijn vanaf de leeftijd van 15 jaar op voorwaarde dat men in hetzelfde kalenderjaar 16 wordt. Op deze regel zijn twee uitzonderingen. Er mag door kinderen van 15 jaar of jonger vrijwilligerswerk worden gedaan:

  • In het kader van de jongerenbeweging;
  • In het kader van schoolactiviteiten.

Heb je hierover nog vragen? Mail dan naar het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk info@vsvw.be of bezoek hun website op www.vrijwilligersweb.be.

Wet

De Wet tot wijziging van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers is sinds 1 augustus 2006 van kracht, met uitzondering van een aantal bepalingen (inzake aansprakelijkheid en verzekeringen) die pas van kracht zijn sinds 1 januari 2007.

De wet brengt regelgevingen die voordien los van elkaar stonden samen, zodat het duidelijker wordt voor organisaties en vrijwilligers wat er van hen verwacht wordt.

Bijvoorbeeld de kostenvergoedingen: voordien had je enerzijds een ministeriële omzendbrief om het fiscale luik te regelen en anderzijds een KB om het aspect van de sociale zekerheid te regelen. Deze regels zijn nu op elkaar afgestemd.

Afkondigingsdatum
maandag, 31 juli, 2006
Nuttig

Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk

Meer informatie over de vrijwilligerswet kun je vinden op de website van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk, www.vrijwilligersweb.be.

Het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw heeft als hoofddoel het vrijwilligerswerk te promoten en te ondersteunen. Zij spitsen hun aandacht vooral toe op het informeren van organisaties en vrijwilligers, op communicatie en samenwerking met de overheid en andere relevante partners en het opvolgen van juridische en sociale ontwikkelingen verwant aan de sector.

Ook kunnen we je aanraden eens een kijkje te nemen op de website www.vrijwilligerswerk.be. Hier vind je ook een schat aan informatie over het vrijwilligerswerk.

Hieronder vind je de adressen van het Brusselse steunpunt en de provinciale steunpunten.

Het Punt vzw, Steunpunt Vrijwilligerswerk Brussel

Steenkoolkaai 9 B, 1000 Brussel
tel. 02/218.55.16 (geen fax)

hetpuntbrussel@gmail.com
www.hetpuntbrussel.be


Provinciaal Steunpunt Antwerpen

Boomgaardstraat 22 bus 100, 2600 Berchem
tel. 03/240.61.65 en fax 03/240.61.62

vrijwilligerswerk@provant.be
www.provant.be/welzijn/samenleven/vrijwilligerswe

Provinciaal Steunpunt Limburg

Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt
tel. 011/23.72.24 en fax 011/23.82.80

vrijwilligerswerk@limburg.be
www.limburg.be/vrijwilligers

Provinciaal Steunpunt Oost-Vlaanderen

PAC Het Zuid, Woodrow Wilsonplein 2, 9000 Gent
tel. 09/267.75.44 en fax 09/267.75.99

vrijwilliger@oost-vlaanderen.be
www.oost-vlaanderen.be/public/cultuur_vrijetijd/vrijwilligers/index.cfm

Provinciaal Steunpunt West-Vlaanderen

Provinciebestuur, Boeverbos, Koning Leopold III-laan 41,  8200 Brugge
tel. 050/40.34.87 en fax 050/40.31.07

vrijwilligerswerk@west-vlaanderen.be
www.west-vlaanderen.be/NL/CultuurVrijeTijd/vrijwilligerswerk/Pages/ProvinciaalSteunpuntVrijwilligerswerk.aspx

Provinciaal Steunpunt Vlaams-Brabant

Provincieplein 1, 3010 Kessel-Lo,                                                                                                           tel. 016/26.73.98 en fax 016/26.73.01

vrijwilligerswerk@vlaamsbrabant.be
www.vlaamsbrabant.be/welzijn-gezondheid/voor-organisaties-en-professionelen/vrijwilligers/

Contact

Voor meer informatie kan je terecht bij je eigen provinciale of nationale secretariaten. Ben je geen lid van dergelijke koepelorganisatie dan kun je altijd contact opnemen met Steunpunt Jeugd.

Grondgebied
Trusty